De loodmontage – Gert-Jan

, 20 oktober 2011, Reageren uitgeschakeld

Statisch vissen met doodaas, de loodmontage. Velen zullen zeggen en denken: “Het lijkt mij te veel op karperen”. Als voorbijgangers vragen of je al een karper hebt gevangen en als ze je antwoord horen, staan ze raar te kijken. “Dit is geen snoeken meer”,  “waar is je dobber dan”… een paar reacties die je kan krijgen als ze je zien zitten met een elektronische beetmelder, rodpod en drop-off-indicators.

Vissen met doodaas is niet alleen iets voor de winter. Pas wel op met hoge watertemperaturen.

In dit artikel wil ik ingaan op het statisch doodazen met loodmontages. Deze montages worden ook wel ledger-rigs genoemd. Oké, het lijkt misschien wel op een manier van karperen maar het is toch echt snoeken. Ik zeg met nadruk een manier van vissen. Loodmontages, vast of schuivend, worden niet alleen bij het karpervissen gebruikt. Barbeelvissers, brasemvissers, palingvissers, snoekbaarsvissers, enz. gebruiken allemaal loodmontages om hun aas statisch aan te bieden aan de vis. Snoekvissen hoort daar ook zeker weten bij.

Er zijn veel verschillende soorten loodmontages om met dood aas op snoek te vissen. In dit artikel ga ik er één behandelen. Met deze montage heb ik al erg veel snoek weten te vangen van stadsvijvers tot op een grote rivier, van 5 meter uit de kant tot ruim 60 meter uit de kant.

De montage ziet er als volgt uit. Loodlijn met:

a1. Run-rig-ring
a2. Loodlijn (20 cm langer dan je takel)
a3. Speedlink met rubberen cover
a4. Lood (50 tot 100 gram)
2. 
Run-rig-stopper
3. 
Takel met aasvis

Waarom die loodlijn
Deze lijn dient voornamelijk voor twee dingen: 1. Door deze lijn vliegt altijd je lood voor je takel uit. Hierdoor vliegt de montage minder snel in de knoop. 2. Als je op een zachte bodem vist ligt je lood met run-rig-ring niet helemaal in de bodem. Wanneer de run-rig-ring wel in de bodem is weggezakt zal de snoek wanneer deze je aasvis pakt veel weerstand voelen met als gevolg dat hij je aasvis mogelijk weer loslaat. Het is dus allemaal wat gevoeliger.

Kies je lood niet te licht. Meestal vis ik rond 85 gram. Met deze montage zal je namelijk altijd runs krijgen. Zit daarom dicht bij je hengels. Dit voorkomt dat de snoek, die weinig weerstand heeft, te veel tijd krijgt om de aasvis te slikken.

De beetregistratie
9 van de 10 keer vis ik met een zelfgemaakte drop-off-arm. Deze staaf van carbon met een gekleurd lichaam en clip bevestig je aan de steun achter de molen. Het gekleurde lichaam (meestal rood) hangt dan onder je molen. Zorg dat je molenbeugel openstaat en dat je lijn in de clip van de arm bevestigd is. Doordat de clip en het lichaam (wat het gewicht is van de arm) onder de molen vast aan je lijn zit, zal je molen niet aflopen. Als een snoek nu je aas pakt en rustig verder zwemt, zal hij door je run-rig-montage lijn van je molen trekken. Nu gaat je drop-off-arm eerst omhoog, wordt gestopt tegen je molen, de lijn schiet uit de clip en de arm valt naar beneden. De snoek neemt nu rustig lijn van je geopende molen zonder weerstand te voelen. Let niet alleen op je beetmelder en je drop-off. Zet altijd je hengeltop in een kleine hoek t.o.v. je lijn. Vaak krijg je eerst een tik op de hengeltop voordat je ook maar één piep gekregen hebt. Ga dan alvast bij je hengel staan en houdt alles goed in de gaten. Ik heb vissen gevangen zonder één piep gehad te hebben. De vis bleef na het pakken van het aas stilliggen. Aan de hengeltop kon ik zien dat de aasvis al werd gekeerd (dit zie je minder goed bij wind en stroming).

Het aanslaan
Het aanslaan zal goed moeten gebeuren. De snoek neemt wel lijn mee van je molen, maar door deze montage zal je nooit weten waar die snoek heen zal zwemmen. Dit in tegenstelling tot het dobbervissen. Hierbij kan je zien welke kant de snoek opgaat en daar ook de richting van het aanslaan op aanpassen.

De meest ideale wegzwemrichting is toch in dezelfde rechte lijn waarin de montage lag. Dit zal niet vaak gebeuren. Stel je voor dat de snoek naar je toe zwemt. Als je dan je lijn strak draait en aan wilt slaan zal je het lood naar je toe trekken. Dit is een groot nadeel van deze montage. Zit je echter dichtbij de hengels en sla je snel aan, dan kan je toch met succes de haak zetten. Wacht niet totdat je lijn uit de clip springt. Op de foto hierboven zie je dat de indicator wat laag hangt. Hierdoor krijg je eerst een paar piepjes voordat je lijn los komt. Als de lijn uit de clip is zal je minder piepjes krijgen, omdat de spanning van de lijn is. Met zwaar lood ben je al meer in je voordeel, omdat het gewicht van het lood ook nog meehelp met het zetten van de haak.

Zie de tekening hieronder hoe de montage werkt als een snoek je aas pakt en wegzwemt.

Benodigdheden

De montage stap voor stap
Wat heb je nodig:

-Een rolletje normaal nylon
-
Run-rig-kit
-
2 speedlinks
-
2 grote rubberen coversleeves
-
Lood b.v. 85 gram

 

 

 

 

 

 


Stap 1: Knip een stuk nylonlijn af dat 30 cm langer is dan je te gebruiken takel (na het knopen is deze ongeveer 20 cm langer)

Stap 2: Rijg een rubberen coversleeve op de nylonlijn. Met de dunne punt naar beneden. Knoop aan de brede open kant van de sleeve de speedlink.

Stap3: Herhaal dit ook aan de andere kant van de nylonlijn.

Stap 4: Maak de speedlink nu aan de wartel van het lood vast en schuif de coversleeve over de speedlink en de wartel.

Stap 5: Haal je hoofdlijn door het grote oog van de run-ring.

Stap 6: Rijg nu de hoofdlijn door de rubberen taps toelopende kraal die in de kit zit. Met het grote gat naar het uiteinde van de hoofdlijn. Dat grote gat is voor de wartel van de takel.

Stap 7: Knoop nu de takel aan de hoofdlijn en schuif de grote kraal over het oog van de wartel.

Stap 8: Maak de andere speedlink van de nylon loodlijn aan het kleine oog van de run-ring en schuif ook hier de coversleeve overheen. De montage ziet er dan als volgt uit en is klaar voor gebuik!

 

 

 

 

 

 

 


Gert-Jan Vermeij

-

Comments are closed.