De deadbaitpencil – Gert-Jan

, 19 oktober 2011, Reacties uitgeschakeld voor De deadbaitpencil – Gert-Jan

De naam zegt het al. Een dobber om met doodaas te vissen. Een deadbaitpencil is een langgerekt ronde dobber van zo’n 20 cm lang en 1 cm doorsnede in de vorm van een sigaar. Meestal is deze fluor-rood aan de bovenkant en wit/transparant aan de onderkant. Fluor-rood is in de meeste omstandigheden goed te zien. Fluor-geel is beter te zien bij schemer en zwart bij heel helder weer. Ik vis altijd met een fluor-rode. Deze is in alle gevallen goed inzetbaar en telkens je montage uit elkaar halen om te wisselen van dobber is ook lastig.

 

Het fijne van het vissen met een deadbaitpencil is wel dat deze uitermate gevoelig is, ook op grote afstand, met wind en diep water. Zelf vis ik met deze montage tot een afstand van ongeveer 30 meter. Verder weg vissen kan wel maar dat vraagt meer loodgewicht en dat gaat ten koste van de gevoeligheid. De snoek voelt ook geen weerstand van de dobber bij het pakken van de aasvis. De enige weerstand die er is, is die van het loodje die alles op zijn plaatshoudt. Dit loodje is tussen de 10 en 20 gram. Het gewicht van het lood is afhankelijk van de afstand, diepte, stroming en/of de wind kracht. Een aardige richtlijn is: bij een korte afstand, een diepte tot 3,5 meter, weinig stroming en een zwakke wind 10 tot 15 gram lood te gebruiken. 15 tot 20 gram lood gebruik je dus bij grotere afstanden, dieper water, stroming en een krachtigere wind. Er zijn quick-change loodjes te koop. Deze zijn gemakkelijk en snel te vervangen bij wisselende omstandigheden. Een goedkoper alternatief is om een stiftloodje van 10 gram aan je lijn te monteren en het te verzwaren met zachte loodhagels van 1,6 of 3 gram.

Deadbaitpencil-1

Kleinschalig water, weinig wind en 5 meter uit de kant. 10 gram lood was voldoende. De snoek heeft niks van de dobber of het lood gevoeld.

De montage ziet er als volgt uit:

A)    Een geknoopt of siliconen stuitje

B)    Een harde kraal van 4 mm

C)    De deadbaitpencil

D)    Het loodgewicht

E)    Rubberen slang

F)    De takel met aasvis

Afbeelding

 

Zorg, voordat je de aasvis aan de takel bevestigt dat het stuitje op de goede diepte is afgesteld. Na het peilen van je stek moet de pencil plat op het water liggen. Het stuitje moet tussen de 15 en 30 cm dieper staan afgesteld dan de waterdiepte. Zodra de aasvis bij het inwerpen het water raakt laat je de aasvis en het loodgewicht met een strakke lijn afzinken. Als alles op de bodem ligt leg je de hengel in de steunen en draai je de lijn strak. Eerst met behulp van de slinger, daarna door te draaien aan je molenspoel. Heb je een baitrunner op je molen zitten zet deze dan in een lichte stand en draai het laatste stukje dan met behulp van je molenspoel strak. Je lijn staat strak genoeg als de pencil onder ongeveer 45 graden in het wateroppervlak staat. Laat de baitrunner aan staan. Als een snoek het aas pakt en er gelijk vandoor wilt gaan kan deze altijd soepel lijn nemen van de molen. Als je goed oplet, gebeurt dit niet, omdat je alle registratie al op de dobber ziet. Zelf vis ik altijd met een elektronische beetmelder op de voorste steun. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn, want als je aandacht een keer ergens anders op gevestigd is en je krijg een aanbeet ben je gelijk weer bij de les. Zet trouwens je melder pas aan als je lijn en dobber goed staan afgesteld. Niks is irritanter voor jezelf en medevissers dan lijnen strakdraaien met je melder aan.

 

Op volgende foto zie je dat de dobber onder ongeveer 45 graden staat en dat de lijn aardig slap hangt. De dobber is zo gevoelig bij windstil weer dat, door het gewicht van de lijn de dobber in het wateroppervlak blijft hangen.

 

Een aanbeet is op verschillende manieren te merken. Het meest voorkomende signaal is wel het plat liggen van de pencil. Als een snoek de aasvis van de bodem heeft opgepakt lift hij (of zij) ook het loodgewicht op. Nu gaat de spanning van de lijn af en komt de dobber als het ware omhoog en gaat platliggen. Nu is het al tijd om aan te slaan.

 

Het tweede beetsignaal wat je kunt zien is dat de dobber eerst een tik naar beneden krijgt en dan weer plat gaat liggen of gelijk schuin wegzakt. Gelijk de hengel pakken, contact zoeken met de vis en aanslaan.

 

Een derde signaal is dat de dobber bijna onder dezelfde hoek langzaam verplaatst. Dit gebeurt niet veel, maar als de snoek erg voorzichtig en lui/traag is wil dit nog wel eens voorkomen. Ook weer direct de hengel pakken, contact zoeken en aanslaan.

Drie vissen binnen een kwartier. Je staat over de tweede vangst na te praten met je vismaat, je rug twee tellen naar de hengels gekeerd. Hoor je ineens je baitrunner zachtjes ratelen. In alle commotie van de vorige vangst vergeten de beetmelder aan te zetten… het bleek na 2,5 jaar doodazen mijn eerste meter op doodaas te zijn.

Er rest nog één belangrijk onderdeel: de takel. Hier kan ik heel kort over zijn. Standaard takels van 40 tot 50 cm met 2 dreggen volstaan uitstekend. Ook kan je takels met één enkele haak en één dreg gebruiken. De dreggen zijn vaak maat 4 of 6. Dit hangt allemaal af van de grootte van de aasvis. Er zijn kant en klare takels te koop in de hengelsportzaken en op het Internet. Je kunt ze ook zelf maken. Hoe je dat doet staat op veel roofviswebsites beschreven (zo ook op deze website). Als je een beginnende doodaasvisser bent zou ik kant en klare takels kopen. Deze zijn kwalitatief erg goed en je hoeft niet gelijk alle onderdelen en gereedschappen aan te schaffen.

 

Succes met het doodazen de aankomende winters. Verwacht niet dat je direct de dikke dames van het water vangt. Met doodaasvissen vang je ook de kleinere exemplaren. De meters en de vissen boven de 10 kilo komen vanzelf op het droge.

Een dikke vis van “maar” 75 cm. Kleine vissen worden ook gevangen met doodaas.

Gert-jan Vermeij

Comments are closed.